Wat is coöperatief denken?


Het coöperatief
denkproces

Het coöperatieve denkproces is een vragend onderzoek en is onderverdeeld in drie fasen.

1 In de voorbereiding wordt de onderzoeksvraag gesteld en de keuze gemaakt met of zonder voorval (casus) te werken.
2 In de uitvoering wordt de onderzoeksvraag via een reactie-vraagstructuur doordacht.
3 Hoewel de laatste vraag nooit gesteld kan zijn, is het voor het onderzoek noodzakelijk een afronding te vinden. Dat heet het drijfpunt van het gesprek - een voorlopige standpuntbepaling waarin de drijfveren van de betrokkenen zichtbaar zijn.


Drijfveren in vragen

Een vraag staat niet op zichzelf. Ze komt ergens vandaan, en gaat ergens naar toe. Onderweg gebeurt er van alles, zodat een vraag vaak niet aankomt op zijn bestemming, van gedaante verandert, of ronduit haar relevantie verliest.

Het is dan ook een misverstand te denken dat vragen er alleen maar zijn om beantwoord te worden.

In het coöperatieve gesprek worden vragen begrepen als expressie van drijfveren. Tegelijkertijd zijn vragen ook de manier bij uitstek om die drijfveren op het spoor te komen en te onderzoeken.

Vragen hebben dus een dubbele rol: ze zijn tegelijk verlangen en beschouwing van dat verlangen. Deze dubbelheid zal in het coöperatieve gesprek steeds aan het werk zal zijn.


Het drijfpunt

De vraag, als een expressie van drijfveren, is een krachtveld. Het onderzoek is gericht op het in beeld brengen van de krachten die er spelen.  Dat gebeurt aan het einde van het onderzoek bij het bepalen van het drijfpunt. Het drijfpunt symboliseert de situatie van het denken:

Het denken drijft als het ware op een zee van drijfveren.
Het kan onder zich de diepte in proberen kijken, maar ziet niet scherp en niet diep. Het donkert daar beneden. Er is steeds de dreiging neerwaarts getrokken te worden en te verdrinken.
Het denken heeft ook de lucht nodig om verstaanbaar te blijven. Ook de lucht zit vol met drijfveren die het denken opwaarts doen bewegen. Het denken kan de lucht in staren en zal daar redelijk wat zien, maar niet verder dan dat het verstand toelaat - de lucht is ijl.
Zo bevindt het denken zich tussen de neerwaartse en opwaartse drijfveren. Het drijfpunt is het aangrijpingspunt van de opwaartse kracht.

Het drijfpunt kan je op verschillende manieren onder woorden brengen. De meest gebruikelijke is het benoemen van de hoop en de vrees die in het vragende onderzoek naar voren kwam. Zo wordt in de spiegel van het denken duidelijk, wat jouw oriëntatie is in een gegeven kwestie.


Verschillen met het socratische gesprek

Het socratische gesprek lijkt een beetje op het coöperatieve gesprek. Maar er zijn duidelijke verschillen.

Om te beginnen verschilt de insteek. Wie kiest voor een socratisch gesprek is het te doen om de analyse en evaluatie van een voorbije situatie. Wie kiest voor een coöperatief gesprek, wil zich met anderen oriënteren in een probleemveld.

In het socratische gesprek gaat het er immers om argumenten en argumentatiestructuren helder te krijgen. De deelnemers aan het coöperatieve gesprek willen de ‘wereld van de vraag’ zo volledig mogelijk in beeld brengen.  Dat doen ze door samen te onderzoeken welke drijfveren er spelen (in die wereld). De vraag wordt op die manier een bewegelijke kwestie en is niet langer een statisch gegeven.

In het verlengde daarvan maken de deelnemers van het socratische gesprek zich sterk om (de eigen) beweringen te onderbouwen, die van coöperatieve gesprek om die beweringen te bevragen.

Ten slotte leunt het coöperatieve gesprek minder op de gespreksleider. Daardoor verliest het aan analytische kracht, maar wint het dankzij zijn coöperativiteit aan zeggingskracht.