Een vergelijking tussen het coöperatieve en socratische gesprek

Het coöperatieve gesprek is schatplichtig aan de traditie van de socratische gespreksvoering, maar het kent ook een aantal grote verschillen.  

Verschil in doelstelling

Wie deelneemt aan een socratisch gesprek, wil consensus over een vraag bereiken. Daarom onderzoek elkaars argumenten en argumentatielijnen en probeer je deze te verhelderen. In de praktijk wordt de gezochte consensus vaak niet bereikt, maar zet je wel grote stappen: de argumenten zijn duidelijk gemaakt.

Wie meedoet aan een coöperatief gesprek wil zich oriënteren op een vraag en samen met anderen 'de wereld van de vraag' volledig in beeld brengen. Het doel kan praktisch zijn of intellectueel zijn. Praktisch omdat het coöperatieve gesprek een stevige basis legt om samen een project, onderzoek of werkstuk te starten. Intellectueel omdat het je ook helpt om een vraag op een essayistische manier te overdenken. Je zult daarbij merken dat de gedachtevorming bij iedereen op een andere manier in beweging komt. Door op zoek te gaan naar elkaars drijfveren open je de weg naar nieuwe inzichten en perspectieven.

Natuurlijk kan het socratische gesprek ook drijfveren aan het licht brengen en kan het coöperatieve gesprek ook argumentatiestructuren onderzoeken. Maar globaal genomen is de insteek van het socratische gesprek analytisch, en dat van het coöperatieve gesprek synthetiserend.

Verschil in rolverdeling

In het socratische gesprek is de gespreksleider de vragensteller bij uitstek - niet op inhoud, maar op vorm. Hij vraagt door en dwingt zo de deelnemers om  argumenten en argumentatiestructuren te verduidelijken. Daarbij kan het nodig zijn om te focussen op een detail, waardoor de eigenlijke onderzoeksvraag even ver weg is.

In het coöperatieve gesprek is de rol van vragensteller verdeeld over alle deelnemers; een eventuele analyse van argumenten is dan ook een groepsproces en niet een volgehouden initiatief van de gespreksleider. De gespreksleider bewaakt eerder de reactie-vraagstructuur en hij zorgt dat de onderzoeksvraag en de gesprekslijn niet uit beeld verdwijnen.

Verschil in waardering van argumenten

Het socratische gesprek focust vrijwel volledig op de verheldering van argumenten en argumentatiestructuren, wat vaak neerkomt op de ontmaskering van hun geldigheid. Als deelnemer word je, bij wijze van spreken, argumentatief uitgekleed.

Het coöperatieve gesprek is minder pinnig op de argumentatie. Ook een niet onderbouwde bewering of wazig taalgebruik kan het denkproces verder helpen, doordat het een nieuw perspectief opent. En dat past helemaal binnen de opzet; met de reactie-vraagstructuur bewegen de deelnemers niet zozeer naar standpunten, maar naar nieuwe vragen en bredere perspectieven.

Kort gezegd: in het socratische gesprek investeer je vooral in de onderbouwing van  beweringen, en in het coöperatieve gesprek investeer je in het bevragen van  beweringen.

Verschil in de omgang met een casus

Binnen het socratische gesprek is een casus een ‘must’. Betekenis kan alleen in het concrete wordt gevonden, is de opvatting. Ieder argument moet daarom op zijn geldigheid getoetst worden in een concrete situatie.

Het coöperatieve gesprek gaat hier vrijer mee om. Een casus  is welkom, ook omdat deze voorkomt dat het gesprek in algemeenheden blijft hangen. Toch kan het coöperatieve gesprek ook zonder. Er zal dan een andere dynamiek ontstaan: deelnemers zullen de onderzoeksvraag benaderen vanuit hun eigen (niet expliciet gemaakte) ‘verhaal’. Dat kan een extra versnelling en betrokkenheid geven in het denkproces.

Als de gespreksleider de reactie-vraagstructuur goed bewaakt, dan is het voor de deelnemers bijna onmogelijk om in hun eigen ervarings- en denkspoor te volharden; ze zullen vanzelf een gezamenlijke denkspoor kiezen. De onuitgesproken ‘verhalen’ resoneren zo wel in het denkproces, zorgen zelfs voor betrokkenheid van de deelnemers, maar hinderen het coöperatieve denkproces niet, vaak zelfs integendeel!

Verschil in karakter

Binnen een socratisch gesprek is het bij de keuze van de casus belangrijk dat de besproken situatie voorbij is. Daardoor is een socratische gesprek altijd evaluatief; het is een terugblik.

Voor het coöperatieve gesprek is het niet erg als een casus nog niet afgerond is. Het gesprek kan immers oriënterend zijn en een handelingsperspectief aan het licht brengen zonder meteen probleemoplossend of oordelend te zijn.

Het socratisch gesprek heeft dus een evaluatief karakter. Het coöperatieve gesprek kan zowel evaluatief als oriënterend zijn.

Verschil in de betekenis van ‘samen’

In het socratische gesprek zoeken de deelnemers samen naar consensus. Daarom onderzoeken ze hun individuele standpunten naast en na elkaar. De deelnemers denken dus over hetzelfde na, maar het denken blijft een individueel proces.

In het coöperatieve gesprek ontstaat een gemeenschappelijk denkproces. De  deelnemers stellen elkaar beurtelings vragen. Op die manier kunnen denksporen elkaar doorkruisen, overnemen, verdubbelen, verlengen… een denkproces dat van niemand in het bijzonder is, maar van iedereen.

Samengevat

Het socratische gesprek probeert argumenten en argumentatiestructuren te verhelderen. Het coöperatieve gesprek zoekt betekenisvolle en relevante perspectieven bij een vraag.  Daardoor is het doel van het socratische gesprek vooral analyse en evaluatie, en dat van het coöperatieve gesprek oriëntatie en  synthese. In het verlengde daarvan investeert het socratische gesprek in de onderbouwing van beweringen, en het coöperatieve gesprek in het bevragen van beweringen. Doordat het coöperatieve gesprek minder leunt op de gespreksleider verliest het aan analytische kracht, maar wint het dankzij zijn coöperativiteit aan zeggingskracht: het verruimt de blik op de vraag én op de drijfveren van anderen.