De spelregels van het cobat

Doel van het cobat

Een culturele, filosofische, maatschappelijke of ethische vraag onderzoeken door met anderen samen te werken.

Voorbereiding

Twee teams van drie personen vormen twee rijen tegen over elkaar.
Vervolgens leidt de gespreksleider de vraag in.

Uitvoering

De twee teams verkennen elk om beurt een deel van de hoofdvraag. In iedere beurt reageren ze op de door het andere team gestelde vraag en stellen vervolgens een nieuwe vraag, waarop het andere team dan weer reageert...

Een beurt bestaat uit drie fasen:

  1. De speler reageert kort op de (laatst gestelde) vraag van het andere team.
  2. De speler stelt een vraag, aansluitend bij zijn eigen reactie.
  3. De speler sluit weer achteraan de rij van het eigen team aan

Ieder team heeft één joker. De joker inzetten betekent dat je je beurt doorgeeft aan de eerstvolgende speler uit je eigen team. Dat kan een speler doen op het moment dat hij/zij vastloopt in de eigen reactie of geen vraag weet te stellen. Het overnemen van de beurt door de eerstvolgende moet gebeuren in de fase van de beurt waarin de speler die de joker inzet zich bevindt. Dus als speler A niet tot een reactie komt, dan moet speler B eerst een reactie geven en dan een vraag stellen. Heeft speler A wel al een reactie gegeven, dan moet/mag speler B enkel een vraag stellen die aansluit bij de reactie van speler A. Na de invalbeurt sluit speler B achteraan aan. Zijn eigen beurt gaat verloren.

Het onderzoek stopt na een afgesproken tijd (bv 8 minuten.) of een een afgesproken aantal spreekbeurten per persoon (bv 3).

Afronding

De afzonderlijke teams overleggen intern hoe ze de startvraag, vanuit het samen met het andere team gevoerde onderzoek gaan beantwoorden. Dit 'antwoord' is niet zozeer een samenvatting, maar een weergave van de drijfveren die in het gesprek naar voren kwamen. Dat wordt een drijfpuntbepaling genoemd. Handvatten hiervoor zijn te vinden op onze website onder het tablad wat is coöpratief denken.

De drijfpuntbepaling bestaat uit twee fasen:

  1. De afzonderlijke teams overleggen intern.
  2. Eén persoon per team vertelt het drijfpunt van het team. Daarbij mag ook een nieuwe vraag gesteld worden, naar aanleiding van het geformuleerde drijfpunt.

Let op! Bij het drijfpunt kan geen joker worden ingezet.

Jurering

De jury let op:

  • De aansluiting van de reacties op de vraag.
  • De consistentie van de reacties.
  • De wijze van formuleren.
  • De toon van gespreksvoering.
  • Het bewaken van de rode draad door reacties en vragen.
  • De creativiteit in de reacties en vraagstelling.
  • De aansluiting van de vraag op de eigen reactie.
  • Het gebruik van de joker.
  • Het inzicht in het gevoerde gesprek dat blijkt uit de drijfpuntbepaling.
     

Tips

  • In het cobat formuleren de sprekers kernachtig. Wie te lang aan het woord is, vertroebelt het gesprek waardoor de draad en de energie verdwijnen. Bovendien wordt het moeilijker een gepaste vraag te stellen naarmate je reactie langer is.
  • Snel reageren mag, maar hoeft niet. In het cobat mag je de vraag van je voorganger op je laten inwerken; weet je echt niet wat je ermee aan moet, dan schuif je de beurt door naar de volgende spreker uit jouw team.
  • In het cobat is het niet de bedoeling dat je in je reactie eerst allerlei nieuwe punten bespreekt en dus feitelijk een privé denkproces start.
  • In het cobat probeer je met de andere deelnemers de startvraag te onderzoeken. Daarbij kies je altijd de weg die je voorganger wijst: je reageert op zijn vraag, snijdt daarmee een punt aan, en hangt daar ter afronding je eigen vervolgvraag aan.  
  • Wanneer het gesprek wat complex wordt, kan je voor je eigen reactie (zeer) kort weergeven wat volgens jou de hoofdlijnen waren van het voorgaande. Daar help je jezelf maar ook anderen mee - het spreekt voor zich dat niet iedere spreker zijn beurt zo kan beginnen, want dan werkt het averechts.